Hoofdstuk 10.06 VOETBEDRIJF-, FIETS- EN SKATEBOARDREGLEMENTEN

Hoofdstuk 10.06 VOETBEDRIJF-, FIETS- EN SKATEBOARDREGLEMENTEN1

Verdelingen:

10.06.010 Fietsgebruik.

10.06.020 Fietsen en ander niet-gemotoriseerd recreatief vervoer op trottoirs.

10.06.030 Skateboards, rolschaatsen en soortgelijk voetgangersverkeer.

10.06.040 Voetgangersbewegingen.

10.06.010 Fietsgebruik.

A. Rijrichting. Personen die een fiets besturen of berijden op een fietspad of -pad mogen in beide richtingen rijden, behalve op paden of trails die door middel van passende markeringen of borden zijn aangeduid voor eenrichtingsverkeer.

B. Lopen met fietsen. Fietsen mogen worden bewandeld met inachtneming van alle bepalingen van de wet die voor voetgangers gelden. 10.06.020 Fietsen en ander niet-gemotoriseerd recreatief vervoer op trottoirs.

A. Rijden op trottoirs. Fietsen, rolschaatsen, rolschaatsen, niet-gemotoriseerde scooters, skateboards en andere soortgelijke niet-gemotoriseerde vormen van vervoer mogen worden bereden of gebruikt op alle trottoirs binnen de stad met een snelheid die niet hoger is dan vijf mijl per uur, tenzij anders verboden door dit hoofdstuk. Gemotoriseerde voertuigen, fietsen, scooters en andere vormen van gemotoriseerd vervoer mogen niet worden bereden op trottoirs.

B. Verbodsbepalingen. Niettegenstaande subsectie (A) van deze sectie, mogen fietsen, rolschaatsen, rolschaatsen, ongemotoriseerde scooters, skateboards, en andere soortgelijke ongemotoriseerde vormen van vervoer niet worden bereden of gebruikt op de volgende:

1. Stoepen binnen een commercieel of bedrijvencentrum of complex;

2. Stoepen grenzend aan een openbaar schoolgebouw wanneer de school in sessie;

3. Stoepen en parkeerplaatsen grenzend aan of binnen een gemeenschap of recreatiecentrum wanneer in gebruik;

4. Stoepen grenzend aan een kerk tijdens diensten;

5. Parkeerplaatsen van enig eigendom of geëxploiteerd door de stad; of

6. Elk voetgangersoversteekplaats of ander trottoir waar dit verboden is door geplaatste borden.

C. De directeur van openbare werken wijst verbodsbepalingen aan. De directeur van Openbare Werken, of zijn of haar aangewezene, kan bepaalde gedeelten van het trottoir aanwijzen en verklaren waar het berijden of gebruiken van fietsen, rolschaatsen, rolschaatsen, niet-gemotoriseerde scooters, skateboards en andere soortgelijke niet-gemotoriseerde vormen van vervoer verboden is.

D. De directeur van openbare werken plaatst borden. De directeur van Openbare Werken, of de door hem aangewezen persoon, plaatst en onderhoudt borden naast de trottoirs die de grenzen en verboden aangeven die door dit hoofdstuk worden toegestaan.

E. Voorrang van rechts. Wanneer een persoon een fiets, rolschaatsen, rolschaatsen, een niet-gemotoriseerde scooter, een skateboard, of een andere soortgelijke niet-gemotoriseerde vorm van vervoer rijdt, moet die persoon voorrang verlenen aan alle voetgangers. Een persoon die een dergelijke vorm van vervoer bedient of gebruikt, moet voorrang verlenen aan alle verkeer wanneer hij een rijweg of oprit vanaf een trottoir oprijdt. 10.06.030 Skateboards, rolschaatsen en soortgelijk voetgangersverkeer.

A. Niemand mag een skateboard, gemotoriseerd skateboard, elektrische persoonlijke mobiliteitshulpmiddelen, zoals gedefinieerd in California Vehicle Code Section 313 (b.v. Segways), rolschaatsen, rolschaatsen, niet-gemotoriseerde scooter of ander door menselijke kracht aangedreven vervoermiddel anders dan een fiets, berijden of laten rollen of rollen op de rijbaan van een straat in de stad. De bepalingen van subsectie (A) van deze sectie is niet van toepassing op cul-de-sacs waar de lengte van de cul-de-sac is 500 voet of minder.

10.06.040 Voetgangersbewegingen.

De directeur Openbare Werken, of de door hem of haar aangewezen persoon, wordt hierbij gemachtigd borden of markeringen te plaatsen en te handhaven om voetgangersoversteekplaatsen op bepaalde kruispunten te verbieden of te beperken. .

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.